De vijf Tibetanen vormen een serie oefeningen die bij regelmatige oefening een verjongend effect hebben. De oefeningen zijn afkomstig van Tibetaanse moniken, die ver van de bewoonde wereld in de bergen van de Himalaya leefden, en de oefeningen al eeuwenlang doorgeven aan de volgende generatie.
De houdingen die veel weghebben van yoga houdingen hebben een gunstige uitwerking op de chakra's, de energiebronnen van het lichaam en stimuleren een goede werking ervan waardoor het lichaam energiek en fit blijft. Daarnaast gebruik je bij deze oefeningen vrijwel alle spieren in je lichaam.
De oefeningen zijn ieder op zich al nuttig, maar voor de allerbeste resultaten zijn ze alle vijf nodig. Het effect van de oefeningen is het grootst als je ze elke dag beoefent. Begin met elke oefening elke dag 3 keer te doen. Elke week doe je er dan 2 bij, totdat je in week 10 elke oefening 21 keer doet. Daarna houd je het aantal op 21.
Ik zou zeggen, print dit uit en ga de oefeningen uitproberen! Al na een week voel je je een stuk lekkerder in je vel zitten!
Oefening 1
Sta rechtop met je armen op schouderhoogte, parallel aan de vloer, handpalmen naar beneden. Draai nu op de plaats om je as met de klok mee (naar rechts). Richt je blik op een vast punt zodat je niet duizelig wordt en je evenwicht verliest. Na het draaien, haal je drie keer adem waarbij je bij het inademen de handen boven het hoofd samen brengt, en bij het uitademen de armen zijwaarts laat zakken.
Door het langzaam opbouwen van het aantal draaiingen wordt het evenwichtsorgaan getraind. Bovendien werkt het draaien als een centrifuge op het lichaam en de ingewanden waardoor onzuivere stoffen verdwijnen.
Oefening 2
Ga op je rug liggen. Laat je armen naast je op de grond liggen met de handpalmen naar beneden, terwijl je de vingers gesloten houdt. Met de inademing til je je hoofd op en probeer met je kin de borst te raken. Tegelijkertijd hef je de benen op naar een verticale positie, terwijl je de knieen gestrekt houdt. Met de uitademing breng je hoofd en benen weer terug naar de grond, waarbij je erop let de knieen niet te laten buigen. Als je benen de grond raken, laat je alle spieren in je lichaam ontspannen. Herhaal.
Als je klaar bent haal je drie keer diep adem terwijl je handen op je onderbuik liggen.
Oefening 3
Kniel op de vloer, terwijl je je lichaam rechtop houdt. Zet je handen tegen de achterkant van je bovenbenen. Breng de kin tegen de borst. Buig naar achteren terwijl je inademt, laat je hoofd naar achteren vallen en gebruik je handen als ondersteuning. Kom weer terug naar de uitgangspositie en adem uit. Herhaal.
Als je klaar bent met de oefening haal je drie keer diep adem terwijl je zittend op je knieƫn voorovergebogen zit of op je rug ligt met de handen op de buik.
Oefening 4
Ga zitten, terwijl je je benen naar voren gestrekt houdt, met je voeten ongeveer 30 cm uit elkaar. Let erop dat je goed rechtop zit en plaats je handen naast je billen op de grond. Terwijl je inademt laat je je hoofd naar achteren vallen en til je de heupen op, zodat de knieen een rechte hoek maken, terwijl de armen gestrekt blijven. Het is de bedoeling dat er een rechte lijn ontstaat tussen bovenlichaam en de bovenbenen. Houd de adem vast en span alle spieren in je lichaam aan. Terwijl je uitademt kom je weer terug naar de uitgangspositie. Laat alle spieren zich ontspannen. Herhaal.
Na afloop ga je liggen en haal je drie keer diep adem.
Oefening 5
Ga op je buik liggen. Zet je handen onder je schouders op de grond. Buig je voeten, zodat de tenen op de grond staan. Kom omhoog, zodat je wat door je rug zakt en op handen en tenen staat. Kijk omhoog en adem in. Vervolgens adem je uit en breng je je heupen zo hoog mogelijk, zodat de hielen bijna of helemaal de grond raken en de schouders zo laag mogelijk zijn. Probeer ervoor te zorgen dat de benen gestrekt zijn, terwijl rug en armen een rechte lijn maken. Herhaal.
Ga na afloop liggen en haal drie keer diep adem.
Zwaar, maar voelt wel goed!